ECLI:NL:GHARL:2019:8859

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 oktober 2019
Publicatiedatum
22 oktober 2019
Zaaknummer
21-003642-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wet op de identificatieplichtArt. 447e SrArt. 404 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens beperkte geldboete bij overtreding identificatieplicht

Verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de kantonrechter waarin hij was veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €50 wegens overtreding van artikel 2 van Pro de Wet op de identificatieplicht, strafbaar gesteld in artikel 447e Sr.

Het hof heeft tijdens de terechtzitting op 8 oktober 2019 kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en de standpunten van verdachte. Volgens artikel 404, tweede lid, Sv staat tegen vonnissen betreffende overtredingen geen hoger beroep open indien de opgelegde straf niet meer is dan een geldboete tot maximaal €50.

De advocaat-generaal stelde dat beroep in cassatie openstaat, maar dit is niet van toepassing omdat het vonnis niet betreft een overtreding van een verordening van een lagere regelgever. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen de voorwaardelijke geldboete van €50 wegens overtreding van de identificatieplicht.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003642-17
Uitspraak d.d.: 22 oktober 2019
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige straf kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 5 juli 2017 met parketnummer 96-140974-16 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,
wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 oktober 2019. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Artikel 404, tweede lid, Sv bepaalt – onder meer – dat ter zake vonnissen betreffende overtredingen geen hoger beroep openstaat wanneer geen andere straf of maatregel is opgelegd dan een geldboete tot een maximum van € 50. Verdachte is bij voormeld vonnis door de kantonrechter veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 50. Dat brengt mee dat in deze zaak geen hoger beroep openstaat.
De advocaat-generaal heeft zich onder verwijzing naar artikel 404, vierde lid, Sv op het standpunt gesteld dat tegen het vonnis van de kantonrechter beroep in cassatie openstaat, zodat het ingestelde rechtsmiddel als cassatieberoep moet worden doorgezonden naar de Hoge Raad. Artikel 404, vierde lid, Sv ziet echter op vonnissen die een overtreding betreffen van een verordening van – kort gezegd – een lagere regelgever. Het vonnis van de kantonrechter betreft een overtreding van artikel 2 van Pro de Wet op de identificatieplicht, strafbaar gesteld in artikel 447e Sr. Artikel 404, vierde lid, Sv is in dit geval dus niet van toepassing.
Verdachte moet niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door
mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter,
mr. Z.J. Oosting en mr. J.J. Beswerda, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.C. Huizenga, griffier,
en op 22 oktober 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.