Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Stichting Jeugdbescherming Overijssel,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter die een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden verleende aan een jeugdige geboren in 2002. De jeugdige was eerder onder toezicht gesteld en had meerdere uithuisplaatsingen in open en gesloten settings gehad. De machtiging was verleend vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen, waaronder gedragsproblemen, agressie en drugsgebruik.
De jeugdige betwistte de duur van zes maanden en verzocht om verkorting van de machtiging tot eind december 2019, met het oog op een traject naar zelfstandigheid en het hervatten van zijn opleiding. Het hof stelde vast dat aan de wettelijke vereisten voor gesloten plaatsing was voldaan en dat de gronden voor de machtiging nog steeds aanwezig waren.
Hoewel de jeugdige een positieve gedragsverandering en motivatie toonde binnen de gesloten setting, oordeelde het hof dat dit geen reden was om de duur van de machtiging te verkorten. Het risico van terugval en het stagneren van de ontwikkeling moest worden voorkomen. Het hof benadrukte dat de gecertificeerde instelling de jeugdige eerder kan doorplaatsen zodra hij daartoe klaar is.
Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de kinderrechter en verwierp het verzoek tot verkorting van de machtiging, waarmee de gesloten jeugdhulp voor zes maanden gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De machtiging tot gesloten jeugdhulp voor zes maanden wordt bekrachtigd, het verzoek tot verkorting wordt afgewezen.