Belanghebbende was in 2014 in loondienst bij een in Liechtenstein gevestigde vennootschap en werkte aan boord van binnenvaartschepen die voornamelijk in het Rijnstroomgebied voeren, buiten het grondgebied van Liechtenstein. Hij vroeg aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor zijn looninkomsten uit Liechtenstein.
De Inspecteur verleende geen aftrek omdat het werk niet binnen het grondgebied van Liechtenstein was verricht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (Bvdb 2001) alleen aftrek verleent voor inkomen uit werk binnen het grondgebied van de andere Mogendheid.
Belanghebbende voerde aan dat bepalingen in de Liechtensteinse belastingwet en het OESO-modelverdrag relevant waren, maar het hof verwierp dit omdat het Bvdb 2001 een Nederlandse regeling is en er geen verdrag met Liechtenstein is. Ook een verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat geen bezwaar was gemaakt tegen de ambtshalve vermindering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.