ECLI:NL:GHARL:2019:8168
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren in strafzaak wegens prematuriteit en voltooiing raadkamerprocedure
In het hoger beroep van een strafzaak heeft de advocaat van de verdachte een wrakingsverzoek ingediend tegen drie raadsheren van het hof. Het verzoek richtte zich op vermeende vooringenomenheid vanwege bewoordingen in een eerdere beschikking waarin de raadsheren ernstige bezwaren aannamen tegen het primair tenlastegelegde, terwijl de rechtbank de verdachte daarvan vrijsprak.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet kan dienen als middel tegen onwelgevallige beslissingen en dat de vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd moet zijn. Omdat de raadkamerprocedure die tot de bestreden beschikking leidde voltooid was, was er geen plaats meer voor wraking in deze fase.
Daarnaast was het verzoek prematuur voor zover het betrekking had op het mogelijke verdere verloop van de strafzaak, aangezien de inhoudelijke behandeling nog niet was aangevangen en niet duidelijk was welke raadsheren daarbij betrokken zouden zijn.
De wrakingskamer wees het verzoek daarom af en benadrukte het uitgangspunt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren is afgewezen wegens prematuriteit en voltooiing van de raadkamerprocedure.