Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het aanvullend beroepschrift;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders van een minderjarige zijn gescheiden en oefenden gezamenlijk gezag uit over het kind. Na de echtscheiding in 2016 was de hoofdverblijfplaats van het kind bij de moeder, met een zorgregeling waarbij het kind meerdere dagen per week en vakanties bij de vader verbleef.
In juli 2018 verhuisde de moeder met het kind naar Duitsland, wat leidde tot een geschil over de hoofdverblijfplaats. De rechtbank bepaalde in oktober 2018 dat de hoofdverblijfplaats bij de vader kwam te liggen en stelde een aangepaste zorgregeling vast. De moeder ging hiertegen in hoger beroep met vier grieven en verzocht tevens om vervangende toestemming voor verhuizing en een contactregeling.
Het hof oordeelde dat het verzoek tot vervangende toestemming niet voor het eerst in hoger beroep kan worden ingediend en verklaarde de moeder niet-ontvankelijk. Het hof bevestigde dat de verhuizing een wijziging van omstandigheden is, maar dat het belang van het kind bij zijn sociale netwerk en school in Nederland zwaarwegend is. De hoofdverblijfplaats bij de vader werd daarom terecht vastgesteld. De moeder richtte geen grieven tegen de zorgregeling en alimentatiebeslissing, zodat deze werden bekrachtigd.
Het hof benadrukte het belang van naleving van afspraken door de ouders en wees het beroep van de moeder af, waarmee de beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van het kind blijft bij de vader en het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming tot verhuizing wordt niet-ontvankelijk verklaard.