Uitspraak
[klaagster] ,
[klaagster]gelegde conservatoir beslag op de onroerende zaken staande en gelegen in [plaats] te Italië;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Klaagster verzocht het hof om opheffing van conservatoir beslag dat was gelegd ter zekerheid van een ontnemingsvordering en een mogelijke schadevergoedingsmaatregel in een strafzaak wegens verduistering. Het hof overwoog dat het beslag op het geldbedrag en de auto's in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, mede vanwege een aannemelijk geachte vordering van belanghebbenden in een nog te voeren strafprocedure.
De woning en het perceel in Italië waren eveneens onder conservatoir beslag gelegd, maar de waarde hiervan was onbekend. Het hof oordeelde dat het voortduren van het beslag op deze onroerende zaken niet proportioneel is en gelastte de opheffing daarvan.
De zaak betreft een strafzaak en een ontnemingszaak waarin klaagster is veroordeeld wegens medeplegen van verduistering en tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel. Klaagster heeft cassatieberoep ingesteld, waardoor de ontnemingsmaatregel nog niet onherroepelijk is.
Het hof hield rekening met de belangen van derden die aanspraak maken op het beslag en met de noodzaak om het incassorisico voor het openbaar ministerie te waarborgen. Het beklag werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard, waarbij het beslag op de onroerende zaken in Italië werd opgeheven en het overige beslag gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het hof heeft het beklag gedeeltelijk gegrond verklaard en het beslag op de onroerende zaken in Italië opgeheven, terwijl het overige beslag gehandhaafd blijft.