Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2006, waarbij de moeder het hoofdverblijf heeft. De rechtbank had het gezag aan de moeder toegekend en de vader verplicht tot een kinderalimentatie van €116 per maand. De vader ging in hoger beroep tegen het gezag en de alimentatie.
Het hof constateerde ernstige communicatieproblemen tussen de ouders, ondanks eerdere pogingen tot bemiddeling. Daarom schorst het hof ambtshalve de uitvoerbaarheid van het gezagsbesluit en stelt het de ouders gezamenlijk gezag toe, in afwachting van een nieuw ouderschapstraject bij een mediator. De gezagspositie wordt gelijkgesteld om het traject kansrijker te maken.
Ten aanzien van de alimentatie stelde het hof het netto besteedbare inkomen van de vader vast op €1.484 per maand en berekende een draagkracht van €135. Na verdeling over twee kinderen en rekening houdend met de zorgkorting, stelde het hof de bijdrage van de vader vast op €90 per maand. Schulden van de vader werden niet meegenomen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof verzocht partijen uiterlijk 20 januari 2020 het eindverslag van het ouderschapstraject in te dienen en hield verdere gezagsbeslissingen aan. Indien het traject niet positief verloopt, zal de raad voor de kinderbescherming een onderzoek verrichten en rapporteren.
Deze beschikking is gegeven door het hof Arnhem-Leeuwarden op 12 september 2019.
Uitkomst: Het hof schorst de uitvoerbaarheid van het gezagsbesluit en stelt de kinderalimentatie vast op €90 per maand.