Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader verzocht het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om hem opnieuw te belasten met het gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind, nadat de moeder sinds januari 2018 het eenhoofdig gezag had. Het hof verwijst naar de eerdere beschikking van de rechtbank Overijssel en het verloop van de procedure, inclusief het kindgesprek en de mondelinge behandeling.
De vader stelde dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden, zoals contact met het kind in mei 2018, inzet van professionele hulp bij de moeder, en een goede verstandhouding tussen partijen omtrent het andere kind. Het hof oordeelde echter dat deze omstandigheden geen rechtens relevante wijziging vormden ten opzichte van de situatie bij de beschikking van januari 2018. De relatie tussen vader en kind bleef slecht, overleg veroorzaakte spanningen, en het kind had behoefte aan rust.
Daarnaast voerde de vader aan dat de rechtbank destijds was uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens, omdat het advies van de gezinsvoogd gebaseerd was op onvolledige informatie over een melding van huiselijk geweld. Het hof vond dit onvoldoende om de eerdere beslissing te wijzigen, mede omdat het advies niet doorslaggevend was en de beslissing op meerdere feiten was gebaseerd.
Daarmee faalden beide grieven van de vader en werd het verzoek afgewezen. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd omdat het geschil de uit de relatie geboren kinderen betrof en partijen gewezen echtgenoten zijn.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de moeder over het kind.