Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de grieven en de vordering
‘Ik kreeg niet de indruk dat er een kantoor op de eerste verdieping was. Het was een grote puinzooi. De eerste verdieping was ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst niet bewoond. (…) Ik kreeg niet de indruk dat er een opslag was op de eerste verdieping. Misschien archieven.’