Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Als getuige is verschenen [B] .
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [C] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene kreeg een boete van €90 wegens stilstaan op de rijbaan langs een fietsstrook in Amsterdam. Hij voerde aan dat de sanctie onterecht aan de kentekenhouder was opgelegd omdat de bestuurder wel degelijk kon worden staandegehouden. De verbalisanten verklaarden echter dat de bestuurder na een kort gesprek uitstapte en wegliep, waardoor staandehouding niet mogelijk was.
Het hof oordeelde dat gezien de verkeersdrukte en het gedrag van de bestuurder het niet van de verbalisanten kon worden verlangd om de bestuurder te voet te achtervolgen. De sanctie mocht daarom terecht aan de kentekenhouder worden opgelegd. De betwisting van de betrokkene over het passeren van andere voertuigen via de trambaan werd niet relevant geacht.
Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af. De uitspraak benadrukt het belang van de reële mogelijkheid tot staandehouding bij het opleggen van sancties aan bestuurders versus kentekenhouders.
Uitkomst: De boete aan de kentekenhouder wordt bevestigd wegens ontbreken van reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder.