Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
“t.a.v. Dhr. [appellant] ”, met betrekking tot de commissie, voor zover thans relevant, medegedeeld:
“NONREF FACTUUR*EN* 10-100”.
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
grief 6 in het incidenteel hoger beroepzijn gericht tegen de vaststelling van de feiten, waar het betreft de verdeling van de werkzaamheden tussen partijen binnen de vof en de door de rechtbank onder de feiten aangehouden datum van ontbinding van de vof van 31 december 2010.
grieven 2, 3 en 4 in het principaal hoger beroepalsook de
grieven 8 en 10 in het incidenteel hoger beroephebben, kort gezegd, betrekking op de overweging van de rechtbank dat de uittredingsovereenkomst een verdelingsovereenkomst van een ontbonden gemeenschap betreft en op haar oordeel dat deze verdelingsovereenkomst nietig is.
grieven 9 en 11 in het incidenteel hoger beroephebben betrekking op het beroep van [geïntimeerde] op dwaling en de door hem gevorderde rekening en verantwoording.
grief 12 in het incidenteel hoger beroepzijn gericht tegen de proceskostencompensatie.