ECLI:NL:GHARL:2019:5679
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring openbaar ministerie in hoger beroep wegens verjaring
In deze strafzaak heeft de rechtbank de openbaar ministerie gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege verjaring van de feiten die vóór 20 maart 2013 zijn begaan. Het openbaar ministerie stelde zich op het standpunt dat deze beslissing een einduitspraak betrof en stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.
Het hof heeft onderzocht of het openbaar ministerie ontvankelijk is in dit hoger beroep. Het hof overweegt dat op grond van artikel 406 Sv Pro hoger beroep alleen mogelijk is tegen einduitspraken. De beslissing van de rechtbank tot gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid betreft echter een tussenuitspraak, omdat geen van de tenlastegelegde feiten afzonderlijk als zelfstandig feit kan worden afgesplitst.
Het hof oordeelt dat het toestaan van hoger beroep tegen deze tussenuitspraak zou leiden tot parallelle procedures over dezelfde feiten, hetgeen onwenselijk is en door de wet wordt voorkomen. Daarom verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Het arrest is uitgesproken op 18 juni 2019 door het hof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep wegens verjaring.