Vluchtelingenwerk Nederland heeft bij de kantonrechter verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [Geintimeerde] op grond van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en subsidiair wegens disfunctioneren (d-grond). De kantonrechter wees het verzoek af omdat niet was aangetoond dat voldoende inspanningen waren verricht om het functioneren van [Geintimeerde] te verbeteren.
In hoger beroep betoogde Vluchtelingenwerk Nederland dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord was dat voortzetting niet van haar kon worden gevergd. Het hof stelde vast dat sprake was van een ernstig verstoorde verhouding, mede door negatieve beoordelingen, communicatieproblemen en het niet willen samenwerken door meerdere collega’s. Vluchtelingenwerk Nederland had diverse verbetertrajecten, mediation en coaching ingezet, maar deze hadden niet het gewenste effect.
Het hof oordeelde echter dat Vluchtelingenwerk Nederland niet had voldaan aan haar herplaatsingsverplichting. Er was onvoldoende onderzoek gedaan naar passende functies binnen de organisatie en geen overleg met [Geintimeerde] over herplaatsing. Ook was geen plan van aanpak opgesteld. De organisatorische omstandigheden en het ontbreken van vacatures wogen onvoldoende mee.
Daarom verwierp het hof het hoger beroep en bevestigde de afwijzing van het ontbindingsverzoek. Vluchtelingenwerk Nederland werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.