Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene heeft bij de kantonrechter verzocht om ontslag van haar huidige bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder. De kantonrechter wees dit verzoek af, waarna de betrokkene in hoger beroep ging.
Het hof overwoog dat ontslag van een bewindvoerder slechts kan plaatsvinden op eigen verzoek, wegens gewichtige redenen of omdat de bewindvoerder niet meer aan de eisen voldoet. De betrokkene stelde dat de communicatie met de huidige bewindvoerder onvoldoende was en dat haar financiële belangen niet goed werden behartigd, mede omdat zij maandelijks kosten betaalt terwijl bijzondere bijstand mogelijk zou zijn. De bewindvoerder voerde aan dat er voldoende contactmogelijkheden zijn, dat de betrokkene geen klachten uitte tijdens contactmomenten, en dat bijzondere bijstand niet van toepassing is vanwege het inkomen en vermogen van de betrokkene.
Het hof concludeerde dat de relatie en communicatie weliswaar als verstoord worden ervaren door de betrokkene, maar dat dit geen gewichtige reden vormt voor ontslag. Er was geen bewijs dat de bewindvoerder zijn taken niet naar behoren uitvoerde. Bovendien is artikel 1:435 lid 3 BW Pro niet van toepassing op wijziging van bewindvoerder, maar alleen op de eerste benoeming. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de kantonrechter en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de huidige bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder wordt afgewezen wegens het ontbreken van gewichtige redenen.