ECLI:NL:GHARL:2019:5454
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis derdenbeslag wegens onvoldoende onderbouwing verklaring derde-beslagene
Main Energie legde op 4 maart 2016 executoriaal derdenbeslag onder [appellant] en medegedaagden voor een bedrag van €17.066,79, gebaseerd op een vonnis van de rechtbank Gelderland. De derde-beslagene, [appellant], deed niet binnen vier weken een verklaring over de vorderingen waarop het beslag betrekking had. Na ingebrekestelling deed hij alsnog een verklaring waarin hij ontkende dat er op het moment van beslaglegging een rechtsverhouding bestond met [x] Holding, de schuldeiser.
Main Energie betwistte deze verklaring en stelde dat er wel degelijk een huurovereenkomst bestond, mede omdat [appellant] woonde in een pand van [x] Holding. Het hof oordeelde dat [appellant] zijn verklaring onvoldoende had onderbouwd met gegevens en bescheiden, zoals vereist op grond van artikel 476a lid 2 en 476b lid 2 Rv. Hij had nagelaten de huurrelatie en de eventuele beëindiging daarvan toe te lichten, terwijl deze informatie in zijn domein lag.
De grieven van [appellant] tegen het vonnis werden verworpen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Gelderland en veroordeelde [appellant] tot betaling van de proceskosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 2 juli 2019 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de derde-beslagene tot betaling van het beslagbedrag wegens onvoldoende onderbouwing van zijn verklaring.