Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het vonnis waarvan beroep
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
Overweging met betrekking tot het bewijs
- De gedragingen van verdachte waren naar hun uiterlijke verschijningsvorm niet gericht op voltooiing van het ten laste gelegde delict, zodat niet kan worden bewezen dat verdachte een begin heeft gemaakt aan de uitvoering van dit delict.
- Daarnaast heeft de raadsman betoogd dat [slachtoffer] zich niet in een afhankelijke positie bevond, maar dat sprake was van een gelijkwaardige verhouding. Tegelijkertijd heeft de raadsman benadrukt dat zowel verdachte als [slachtoffer] hebben verklaard dat hun verhouding was als die tussen vader en dochter en geenszins als die tussen man en vrouw.
- Verder heeft de verdediging betwist dat verdachte [slachtoffer] in een positie heeft gebracht waaraan zij zich niet kon of wilde onttrekken, waardoor hij haar heeft bewogen ontuchtige handelingen te ondergaan. Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat [slachtoffer] erop aandrong dat hij die fantasieverhalen naar haar verstuurde.
- Tot slot heeft de verdediging gesteld dat verdachte [slachtoffer] inderdaad cadeaus heeft gegeven, maar dat dit haar niet onderscheidt van de andere kinderen die ondersteuning hebben ontvangen van verdachte en Stichting [naam stichting] .
Strafoplegging
undue delayin de zin van artikel 6 EVRM Pro. Het hof ziet dan ook geen aanleiding strafvermindering toe te passen.
Beslissing omtrent bijzondere voorwaarden
Beslissing omtrent de voorlopige hechtenis
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.