Verdachte, werkzaam als groepsleider bij een jeugdzorginstelling, werd door de rechtbank veroordeeld voor meermalen gepleegde ontucht met een minderjarige die op een gesloten afdeling verbleef. Het hof bevestigt deze veroordeling en veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van voorarrest en ontzetting uit het recht tot het uitoefenen van een beroep in de zorg en/of hulpverlening aan minderjarigen voor drie jaar.
De verdediging voerde onder meer aan dat de verklaring van het slachtoffer onbetrouwbaar was en stelde een alternatieve verklaring voor de aanwezigheid van DNA-sporen op het ondergoed van het slachtoffer. Het hof oordeelde echter dat de alternatieve verklaring niet aannemelijk was en dat de verklaringen van het slachtoffer voldoende steun vonden in het DNA-bewijs en getuigenverklaringen.
De strafoplegging houdt rekening met de ernst van het misdrijf, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de positie van verdachte als groepsleider. Het hof acht een gevangenisstraf van 18 maanden passend en wijst verzoeken van de verdediging tot het horen van aanvullende getuigen en deskundigen af. Tevens veroordeelt het hof verdachte tot betaling van proceskosten aan het slachtoffer.