Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
[C] , en
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders van drie minderjarige kinderen zijn in 2013 uit elkaar gegaan en oefenen gezamenlijk het gezag uit. Er bestaat een ouderschapsplan met een zorgverdeling waarbij de kinderen om en om bij vader en moeder verblijven. De vader verzocht om benoeming van een bijzondere curator vanwege een conflict tussen hem en de moeder en het ontbreken van contact met de kinderen.
De rechtbank had dit verzoek eerder afgewezen. De kinderrechter stelde de kinderen onder toezicht vanwege de aanhoudende strijd tussen de ouders en verlengde deze maatregel. De kinderen gaven aan geen contact te willen met de vader, wat ook tijdens een kindgesprek bij het hof werd bevestigd. De GI en jeugdbeschermer constateerden dat de kinderen moeite hebben loyaal te zijn aan beide ouders.
Het hof oordeelt dat hoewel er sprake is van een strijd tussen ouders en kinderen, de benoeming van een bijzondere curator niet noodzakelijk is in het belang van de kinderen. De kinderen hebben rust en ruimte nodig, en een nieuwe curator zou opnieuw met hen in gesprek moeten, wat het conflict niet oplost. Daarom wordt het verzoek van de vader afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen omdat dit niet in het belang van de minderjarige kinderen is.