Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de bevoegdheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) centraal die een administratieve sanctie oplegde wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring (bord C1). De sanctie was opgelegd op 12 juli 2016 te Nieuwegein. De betrokkene stelde dat de BOA alleen bevoegd is om op te treden bij gedragingen die verband houden met de openbare orde, hetgeen in dit dossier niet was aangetoond.
De kantonrechter had het beroep van de betrokkene deels gegrond verklaard, maar het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat de bevoegdheid van de BOA beperkt is tot handhaving in situaties gerelateerd aan de openbare orde. Omdat het dossier geen informatie bevat waaruit blijkt dat de geslotenverklaring verband houdt met de openbare orde, kan niet worden vastgesteld dat de BOA bevoegd was de sanctie op te leggen.
Het hof vernietigt daarom de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter voor zover het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond werd verklaard. Tevens wordt de proceskostenvergoeding aan de betrokkene verhoogd en wordt de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de kosten. De zekerheid die de betrokkene had gesteld wordt gerestitueerd.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens overtreding geslotenverklaring wordt vernietigd wegens onbevoegdheid van de BOA.