De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor tweemaal openlijke geweldpleging in vereniging. In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis omdat het tot een andere bewijsbeslissing en strafoplegging komt. Het hof spreekt verdachte vrij van geweld tegen slachtoffer 1, omdat niet is gebleken dat hij een significante bijdrage aan dat geweld heeft geleverd. Wel wordt hij veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen slachtoffer 2, waarbij het gepleegde geweld heeft geleid tot enig lichamelijk letsel.
De verdachte was op het moment van het incident 14 jaar oud en raakte betrokken bij een vechtpartij op de Mandelabrug in Arnhem. Het hof oordeelt dat het beroep op noodweer niet opgaat, omdat niet aannemelijk is dat er sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding die verdediging rechtvaardigde. Bij de strafoplegging houdt het hof rekening met de ernst van het feit, het LOVS-oriëntatiepunt voor jeugdigen, strafverlagende omstandigheden en de positieve persoonlijke ontwikkeling van de verdachte.
De opgelegde straf bestaat uit een geheel voorwaardelijke werkstraf van 40 uur met een proeftijd van twee jaar. De vorderingen tot schadevergoeding van beide slachtoffers worden niet-ontvankelijk verklaard, waarbij slachtoffer 2 wordt verwezen naar de burgerlijke rechter. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en doet opnieuw recht.