Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over de kinderalimentatie tussen de man en de vrouw, ouders van twee minderjarige kinderen. De man betwist de hoogte van de alimentatie en verzoekt wijziging met terugwerkende kracht vanaf 2013, waarbij hij lagere betalingen heeft gedaan dan eerder vastgesteld. De vrouw heeft ingestemd met een lagere bijdrage na verzoening, maar betwist dat sprake was van samenwonen.
Het hof oordeelt dat de vrouw heeft ingestemd met de lagere betalingen van de man in de periode 2013-2017, mede door het herstel van de relatie en het feit dat zij geen actie heeft ondernomen om de oorspronkelijke alimentatie te innen. De behoefte van de kinderen wordt niet opnieuw vastgesteld, aangezien de omstandigheden en het inkomen van partijen niet wezenlijk zijn gewijzigd.
De draagkracht van de man wordt vastgesteld op basis van zijn voormalige inkomen, ondanks zijn WW-uitkering vanaf november 2018, en die van de vrouw op haar netto besteedbaar inkomen. Het hof bepaalt een bijdrage van €63 per kind per maand vanaf 1 januari 2018, met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2013 op basis van feitelijke betalingen. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt met terugwerkende kracht tot 2013 vastgesteld op feitelijke betalingen en vanaf 2018 op €63 per kind per maand.