Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan
het gemeenschappelijk belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT)(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak waarvan de begane grond tot 31 december 2014 als winkel werd gebruikt. De heffingsambtenaar legde aanslagen OZB 2016 op tegen het niet-woningtarief voor eigenaren en een gebruikersaanslag. Belanghebbende stelde dat de begane grond sinds het staken van de onderneming niet meer als winkel werd gebruikt en feitelijk als woning diende.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof oordeelde anders. Het hof stelde vast dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de begane grond niet als woning diende. Belanghebbende had concreet verklaard dat de winkel was gestaakt, er geen verkopen meer plaatsvonden, en dat de begane grond werd gebruikt voor woonactiviteiten zoals koffie drinken met buren.
Hoewel de buitenkant van het pand nog winkelkenmerken vertoonde, waren er geen aanwijzingen dat het gebruik als woning werd belemmerd. Het hof concludeerde dat de onroerende zaak in zijn geheel als woning moet worden aangemerkt. Hierdoor werd de aanslag OZB eigenaren verminderd en de gebruikersaanslag vernietigd. Het hof gelastte tevens vergoeding van het betaalde griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag OZB 2016 gebruikers wordt vernietigd en de aanslag OZB 2016 eigenaren wordt verminderd naar het woningtarief.