ECLI:NL:GHARL:2019:3133
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis opzetaanrijding en weigering verzekeringsuitkering
In deze civiele procedure vordert appellant vergoeding van schade aan zijn auto en letselschade van zijn verzekeraar ASR, die betaling weigert wegens een vermeende opzetaanrijding. De kantonrechter wees de vordering van appellant af en kende de tegenvordering van ASR toe wegens gemaakte onderzoeks- en expertisekosten.
Appellant stelde in hoger beroep drie bezwaren tegen het vonnis: de aangenomen botsnelheid, de waarde van de auto en de relatie tussen de betrokken partijen. Het hof oordeelde dat de deskundigenrapporten beide een lagere botsnelheid dan door appellant opgegeven bevestigen, dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor de reparatie en waarde van zijn auto, en dat de vriendschappelijke relatie tussen de partijen het vermoeden van opzet versterkt.
Het hof concludeert dat het bewijsvermoeden van opzetaanrijding gerechtvaardigd is en dat appellant geen tegenbewijs heeft aangeboden. Daarom wordt het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van ASR.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de opzetaanrijding vaststaat en wijst het hoger beroep af.