ECLI:NL:GHARL:2019:2803

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 maart 2019
Publicatiedatum
29 maart 2019
Zaaknummer
WAHV 200.219.858
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 WahvArt. 5 Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid kentekenhouder bij onvoldoende bewijs van verhuur voertuig

De betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 23 km/u op de A2 te Breukelen op 3 december 2016. Hij voerde aan dat het voertuig ten tijde van de overtreding bedrijfsmatig was verhuurd en overhandigde een huurovereenkomst van zijn verhuurbedrijf.

De wet (artikel 8 Wahv Pro) stelt dat de kentekenhouder kan worden ontslagen van aansprakelijkheid indien hij een schriftelijke huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie de huurder was ten tijde van de gedraging. De overgelegde huurovereenkomst vermeldde echter alleen dat het voertuig van 2 december 00:00 uur tot 3 december 00:00 uur was verhuurd, zonder specifieke tijden, terwijl de overtreding plaatsvond op 3 december om 18:18 uur.

Het hof oordeelde dat hiermee onvoldoende is aangetoond dat het voertuig daadwerkelijk ten tijde van de overtreding verhuurd was. Daarom kon de betrokkene geen beroep doen op artikel 8 Wahv Pro en bleef hij als kentekenhouder aansprakelijk voor de sanctie. Het hof bevestigde daarmee het vonnis van de kantonrechter.

Uitkomst: De aansprakelijkheid van de kentekenhouder voor de snelheidsovertreding blijft bestaan vanwege onvoldoende bewijs van verhuur ten tijde van de overtreding.

Uitspraak

WAHV 200.219.858
29 maart 2019
CJIB 203476249
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland
van 6 juli 2017
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 198,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 23 km/h (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op
3 december 2016 om 18.18 uur op de A2 links (trajectcontrole) te Breukelen met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
2. De betrokkene voert aan dat hij een verhuurbedrijf heeft en dat het voertuig ten tijde van de gedraging was verhuurd. Hij heeft een huurovereenkomst van het bedrijf [B] meegestuurd met daarop de gegevens van de huurder. Omdat de betrokkene auto's per dag verhuurt is er geen tijd vermeld op de overeenkomst. Inmiddels heeft hij de procedure veranderd en worden er wel een aankomst- en vertrektijd genoteerd in de huurovereenkomst.
3. Artikel 8, aanhef en onder b, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) luidt - voor zover hier van belang - als volgt:
“De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig was.”
4. Nog los van de vraag of in dit geval een huurovereenkomst is overgelegd waarbij de kentekenhouder partij is, blijkt niet dat het voertuig ten tijde van de gedraging bedrijfsmatig was verhuurd. Op de overgelegde huurovereenkomst staat als datum/tijd ophalen
2 december 2016 00.00 uur en als datum/tijd retour 3 december 2016 00.00 uur. Daarbij stelt de betrokkene enkel dat hij auto's per dag verhuurt. Daarmee is onvoldoende aangetoond dat het voertuig ten tijde van de gedraging was verhuurd. Daarom komt de betrokkene geen beroep toe op grond van artikel 8 van Pro de Wahv en is hij als kentekenhouder aansprakelijk voor de sanctie.
5. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Daarom zal het hof die beslissing bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.