Uitspraak
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
parketnummers 16-659123-13 en 16-652053-14, tegen
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland inzake een gewapende overval en hennepbezit op 27 januari 2013.
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor de overval en schuldig verklaard zonder strafoplegging voor het hennepbezit. Het hof vernietigde dit vonnis vanwege een andere bewijswaardering.
De vingerafdruk van verdachte op de kassalade werd niet als wettig bewijs voor betrokkenheid bij de overval beschouwd, omdat niet kon worden vastgesteld wanneer en hoe het spoor was ontstaan. Verdachte verklaarde dat het spoor ontstond toen hij na de overval in een tas keek die in zijn woning was aangetroffen.
Er was geen ander wettig bewijs voor betrokkenheid bij de overval, en verdachte werd daarom vrijgesproken. Voor het hennepbezit werd verdachte schuldig verklaard, maar gezien de geringe hoeveelheid en het tijdsverloop werd geen straf opgelegd.
Het hof baseerde zich op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en artikelen 9a en 63 van het Wetboek van Strafrecht, en sprak het vonnis uit op 26 maart 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen gewapende overval en schuldig verklaard aan hennepbezit zonder strafoplegging.