Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gezamenlijk gezaghebbende ouders van een minderjarig kind. De rechtbank had een zorg- en vakantieverdeling vastgesteld waarbij het kind in wisselende weken bij beide ouders verbleef, met een specifieke verdeling van vakanties en feestdagen. De moeder ging in hoger beroep tegen de vakantieverdeling en het vereiste van toestemming voor reizen naar het buitenland.
Het hof oordeelt dat de door de moeder voorgestelde vakantieverdeling niet adequaat is gezien de reeds vastgestelde co-ouderschapsregeling. Het hof benadrukt het belang van evenwichtige zorgverdeling en het voorkomen van te lange aaneengesloten verblijven bij één ouder, met een maximum van twee aaneengesloten vakantieweken, oplopend naar drie weken vanaf vijf jaar leeftijd.
Ten aanzien van reizen naar het buitenland wijst het hof het verzoek van de moeder af, stellende dat ouders in gezamenlijk gezag overleg moeten plegen en consensus bereiken over buitenlandse reizen. De beschikking van de rechtbank wordt op dit punt bekrachtigd. Het hof benadrukt het belang van ouderschapsbemiddeling om de communicatie en samenwerking tussen ouders te verbeteren.
Uitkomst: Het hof past de vakantieverdeling aan en bevestigt dat toestemming voor reizen naar het buitenland vereist blijft.