Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Het verzoek in hoger beroep
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
5 februari 2019 in het openbaar uitgesproken.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker heeft bij geboorte in 1990 de voornaam [B] gekregen. Hij verzocht de rechtbank om wijziging van zijn voornaam in [B1], welke aanvraag werd afgewezen. In hoger beroep verzoekt hij het hof de beschikking te vernietigen en alsnog de voornaamwijziging toe te staan.
Het hof overweegt dat voornamen een middel zijn van persoonlijke en emotionele identificatie en onder het recht op privé- en gezinsleven vallen (artikel 8 EVRM Pro). Er is geen onvoorwaardelijk recht op zelfkeuze van voornaam, maar het verzoek moet worden afgewogen tegen het algemeen belang bij ongewijzigde registers.
De familiegeschiedenis en traditie met de naam [B1], de steun van ouders en het langdurige verlangen van verzoeker maken het belang van verzoeker zwaarwegend. Het hof concludeert dat dit belang zwaarder weegt dan het algemeen belang en wijst het verzoek toe, waarbij de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt gelast de voornaam te wijzigen.
Uitkomst: Het hof gelast de wijziging van de voornaam van verzoeker van [B] naar [B1].