ECLI:NL:GHARL:2019:11245

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 december 2019
Publicatiedatum
30 december 2019
Zaaknummer
Wahv 200.251.540/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 RVV 1990Art. 3 lid 2 WahvArt. 66 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep wegens parkeren zonder onmiddellijk laden of lossen

Betrokkene kreeg een sanctie van €90 wegens parkeren in een parkeerverbodszone terwijl hij stelde bezig te zijn met laden en lossen. Hij was zijn schuur aan het ontruimen in verband met een verhuizing, maar stond met zijn voertuig ongeveer 100 meter van de schuur geparkeerd.

De ambtenaar constateerde dat er gedurende ten minste tien minuten geen laad- of losactiviteiten plaatsvonden. Betrokkene kon niet aantonen dat hij onmiddellijk en bij voortduring aan het laden of lossen was, zoals vereist volgens artikel 1 RVV Pro 1990.

Het hof oordeelde dat het feitelijk stilzetten van het voertuig langer duurde dan toegestaan voor laden en lossen en bevestigde daarmee de beslissing van de kantonrechter om het beroep ongegrond te verklaren. De weigering van de ambtenaar om mee te lopen naar de schuur deed hieraan niet af.

Uitkomst: Het hof bevestigt dat betrokkene parkeerde zonder onmiddellijk te laden of lossen en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.251.540/01
CJIB-nummer
: 214260599
Uitspraak d.d.
: 30 december 2019
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 29 oktober 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die
gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 december 2019. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: "parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)". Deze gedraging zou zijn verricht op 22 januari 2018 om 11.26 uur op de [a-straat] in Groningen met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .
2. De betrokkene is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Hij voert hiertoe aan dat hij niet geparkeerd stond, maar aan het laden en lossen was. De betrokkene was op de desbetreffende dag zijn schuur aan het ontruimen. De schuur staat aan de achterkant van zijn woning aan een brandgang. Via de [a-straat] heb je toegang tot de brandgang, maar vanuit de [a-straat] bezien is de schuur niet zichtbaar. De afstand van de schuur tot zijn auto was ongeveer 100 meter. De betrokkene stelt dat hij ter plaatse de ambtenaar heeft getroffen en heeft gevraagd of deze mee wilde lopen naar zijn schuur, zodat de ambtenaar zelf kon zien dat er sprake van was laden en lossen. De ambtenaar heeft dit echter geweigerd.
3. Niet in geding is dat de betrokkene op voornoemde datum en tijdstip met zijn voertuig buiten de parkeervakken stond in een parkeerverbodszone. Voor de vaststelling of de gedraging is verricht is van belang om vast te stellen of de betrokkene al dan niet heeft geparkeerd.
4. Artikel 1 van Pro het RVV 1990 verstaat onder parkeren:
"Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen."
5. Onder onmiddellijk laden of lossen van goederen dient te worden verstaan het
onmiddellijknadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij
voortduringinladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is (HR 12 mei 1999, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:HR:1999:AA2760). Het dient dan te gaan om goederen die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht (HR 10 juni 1975, LJN:AJ4297).
6. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Een ambtsedige verklaring is niet vereist. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
7. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
"Ten minste 10 minuten geparkeerd zonder dat er sprake was van laden en lossen. Boven het verkeersbord was het woord "zone" aangebracht als omschreven in artikel 66 RVV Pro 1990. Het voertuig stond niet op een als zodanig aangegeven parkeerplaats c.q. parkeervak.(…) De bebording is door mij gecontroleerd."
8. Door de advocaat-generaal is voorts in hoger beroep een aanvullend proces-verbaal van 15 mei 2019 overgelegd, waarin de ambtenaar, voor zover relevant, het volgende verklaart:
"Met het voertuig gekentekend [YY-YY-00] werd een gedraging begaan als bedoeld onder feitnummer R584 van de Bijlage van de Wet Administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. (…) Voor wat betreft het laden en lossen kan ik u mededelen dat er door mij, verbalisant, gedurende tenminste 10 minuten geen laad en los activiteiten zijn waargenomen. Tevens wil ik, verbalisant, hier nog aan toevoegen dat het laden en lossen vanzelfsprekend is toegestaan echter dient er wel sprake te zijn van onmiddellijk laden en lossen. Had betrokkene onmiddellijk geladen en gelost dan hadden we elkaar ook getroffen."
9. Naar het oordeel van het hof was er in het onderhavige geval sprake van parkeren. Het hof overweegt daartoe dat is komen vast te staan dat de ambtenaar gedurende enige tijd niemand bij het voertuig heeft waargenomen. Dit wordt bevestigd door de eigen verklaring van de betrokkene. Ter zitting heeft de betrokkene uitgelegd dat hij in verband met een verhuizing zijn schuur aan het ontruimen was. Een deel van de spullen stond klaar om ingeladen te worden, maar een ander deel moest op dat moment nog worden ingepakt. Nu de betrokkene niet enkel de spullen die klaarstonden van de schuur naar zijn voertuig heeft gebracht, maar op dat moment ook in zijn schuur bezig was met het inpakken van spullen, was geen sprake van het onmiddellijk en bij voortduring laden en/of lossen van goederen in de zin van artikel 1 van Pro het RVV 1990. Daarmee staat vast dat de gedraging is verricht. Ter zitting heeft de betrokkene nog aangevoerd dat hij de ambtenaar heeft gesproken, nadat deze de sanctie had uitgeschreven, en hem toen gevraagd heeft mee te gaan naar zijn schuur, om te kunnen vaststellen dat hij aan het verhuizen was, maar dat de ambtenaar dit weigerde. Wat hiervan verder ook zij, uit het dossier blijkt dit niet, is voor het opleggen van de sanctie niet van belang of de betrokkene inderdaad aan het verhuizen was, maar alleen of hij onmiddellijk en bij voortduring bezig was met laden en lossen.
10. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.