Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
welmet de snorfiets mag rijden en het onderste verkeersbord (bord G13) geeft aan dat men hier
nietmet de snorfiets mag rijden. Daarnaast geeft de gemachtigde aan dat de gedraging is begaan met een snorfiets. De gedraging zoals onder 1. omschreven kan dus niet ‘als bromfietser’ verricht zijn. Bovendien is er geen rijbaan die gebruikt had kunnen worden. Het enige alternatief was (ver) omrijden.
Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
7. Artikel 5 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) luidt, voor zover relevant, als volgt:
Uit bijlage 1 van het RVV 1990 blijkt dat het bord C12 aangeeft “Gesloten voor alle motorvoertuigen”. Artikel 1 van Pro het RVV 1990 geeft als definitie van motorvoertuigen “alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen (…)”.
nietmogen rijden.