Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 17 december 2019 een uitspraak gedaan over de omgangs- en informatieregeling tussen een minderjarig kind en haar vader. Het hof bekrachtigde eerdere beslissingen omtrent de erkenning van het kind en vernietigde eerdere afwijzingen van omgangsverzoeken, waarna het een voorlopige informatieregeling en nader onderzoek door de raad voor de kinderbescherming beval.
De raad bracht in augustus 2019 verslag uit en adviseerde dat omgang in het belang van het kind is, maar dat vanwege het ontbreken van statusvoorlichting en het trauma van de moeder een omgangsregeling nog niet direct kon starten. De raad adviseerde om binnen de ondertoezichtstelling statusvoorlichting te geven en de omgang geleidelijk op te bouwen, met een informatieregeling waarbij de vader vier keer per jaar schriftelijk geïnformeerd wordt over de ontwikkeling van het kind.
De moeder verzette zich tegen omgang en statusvoorlichting vanwege haar trauma's en het ontbreken van een formele erkenning in het gezagsregister, terwijl de vader instemde met het advies. Het hof stelde vast dat de vader juridisch erkend is en recht heeft op omgang. Het hof volgde het advies van de raad en bepaalde dat binnen maximaal een half jaar toegewerkt wordt naar statusvoorlichting en eerste contact, met een uiteindelijke omgangsregeling van eens per veertien dagen.
De informatieregeling werd geconcretiseerd: de moeder moet vier keer per jaar schriftelijk informatie verstrekken, inclusief minimaal twee recente foto's per jaar. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hof wees overige verzoeken af.
Uitkomst: Het hof stelt een omgangs- en informatieregeling vast met statusvoorlichting binnen een half jaar en vier keer per jaar schriftelijke informatievoorziening door de moeder.