ECLI:NL:GHARL:2019:10453

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 december 2019
Publicatiedatum
5 december 2019
Zaaknummer
WAHV 200.227.972
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Anjewierden
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 91 RVV 1990
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens snelheidsovertreding ondanks noodsituatie epileptische aanval broertje

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van €161 wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 18 km/u binnen de bebouwde kom op 2 mei 2017. Hij erkende de overtreding maar beriep zich op overmacht, omdat hij snel naar huis moest rijden om zijn geestelijk gehandicapte broertje, die een epileptische aanval had, medicijnen toe te dienen en verstikking te voorkomen.

Het hof stelde vast dat de overtreding daadwerkelijk had plaatsgevonden en dat de betrokkene de gedraging niet ontkende. Vervolgens beoordeelde het hof het beroep op overmacht en noodtoestand. Hoewel begrip werd getoond voor de situatie, oordeelde het hof dat de snelheidsovertreding gevaar voor andere weggebruikers met zich meebrengt en dat het RVV 1990 alleen uitzonderingen kent voor voorrangsvoertuigen met optische en geluidssignalen.

De omstandigheden van de betrokkene rechtvaardigen volgens het hof geen matiging of kwijtschelding van de sanctie. De kantonrechter had de boete terecht opgelegd en het hof bevestigde deze beslissing. Daarmee blijft de administratieve sanctie van €161 van kracht.

Uitkomst: De boete van €161 voor snelheidsovertreding wordt gehandhaafd ondanks het beroep op overmacht wegens epileptische aanval broertje.

Uitspraak

WAHV 200.227.972
5 december 2019
CJIB 207195252
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 18 oktober 2017
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 161,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 18 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 2 mei 2017 om 20:55 uur op de Prinses Beatrixlaan te Rijswijk met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
2. De betrokkene erkent de maximumsnelheid te hebben overschreden en beroept zich op overmacht. Hiertoe voert de betrokkene (samengevat) aan dat er ten tijde van het begaan van de overtreding sprake was van een noodsituatie omdat zijn geestelijk gehandicapte broertje op dat moment een epileptische aanval kreeg. Daarnaast is de tong van zijn broertje te groot voor zijn mond waardoor er een vergrote kans op verstikking bestaat. Derhalve is de betrokkene versneld naar huis gereden om zijn broertje medicijnen toe te dienen om de aanval te stoppen en hem op zijn zij te leggen om te voorkomen dat hij in zijn tong stikt. Hij moest snel en acuut handelen om ernstige hersenschade bij zijn broertje te voorkomen, aldus de betrokkene.
3. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging niet ontkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof, gelet op het gevoerde verweer, te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
4. Het beroep op overmacht of noodtoestand slaagt niet. Hoezeer ook valt te begrijpen dat een bestuurder in de door de betrokkene geschetste omstandigheden de maximumsnelheid overschrijdt, niet uit het oog kan worden verloren dat een overschrijding van de maximumsnelheid gevaarzetting voor overige weggebruikers pleegt mee te brengen. Dat is ook de reden dat het, krachtens artikel 91 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), slechts ingeval van voorrangsvoertuigen, die de voorgeschreven optische en geluidssignalen voeren, is toegestaan in algemene zin af te wijken van de voorschriften van het RVV 1990 (waaronder het voorschrift zich te houden aan de maximumsnelheid) voor zover de uitoefening van hun taak dit vereist. Dat de betrokkene ter plaatse de maximum snelheid heeft overschreden teneinde zo snel mogelijk naar zijn huis te gaan om zijn broertje medicijnen te kunnen toedienen, is derhalve een omstandigheid die voor eigen rekening komt.
5. Gelet op het voorgaande kan niet worden gezegd dat de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht dusdanig zijn dat de sanctie dient te worden gematigd of in zijn geheel achterwege dient te blijven. De kantonrechter heeft derhalve een juiste beslissing gegeven. Het hof zal deze beslissing bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.