ECLI:NL:GHARL:2019:10399

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 december 2019
Publicatiedatum
4 december 2019
Zaaknummer
Wahv 200.262.177/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beslissing kantonrechter wegens niet-tijdige zekerheidstelling door foutief verzonden zekerheidsbrief

De betrokkene had beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter die hem niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor een sanctie van €225,- of meer. De betrokkene stelde dat hij de zekerheidsbrieven van 26 maart en 13 april 2019 nooit had ontvangen en daarom niet in de gelegenheid was gesteld zekerheid te stellen.

Het hof oordeelde dat het bestuursorgaan aannemelijk moet maken dat de zekerheidsbrieven zijn verzonden. Uit het dossier bleek dat de brief van 26 maart 2019 was verzonden naar een verkeerd huisnummer, namelijk een adres dat afweek van het door de betrokkene opgegeven adres. Daarnaast was de tweede zekerheidsbrief in de relevante periode niet verzonden.

Hierdoor kon de betrokkene niet worden toegerekend dat hij niet tijdig zekerheid had gesteld. Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees de zaak terug naar de rechtbank. De rechtbank moet een nieuwe termijn stellen waarbinnen de betrokkene alsnog zekerheid kan stellen, en dit moet aan hem worden medegedeeld.

Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.262.177/01
CJIB-nummer
: 223011904
Uitspraak d.d.
: 4 december 2019
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 17 juni 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Artikel 11 van Pro de Wahv verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter bij sancties van € 225,- of meer zekerheid te stellen voor de betaling van € 225,- en de administratiekosten. De officier van justitie heeft de betrokkene geïnformeerd over deze verplichting. Er is niet (tijdig) zekerheid gesteld.
2. De betrokkene stelt dat hij de brieven van 26 maart en 13 april nooit heeft ontvangen. Hij is dus niet in de gelegenheid gesteld zekerheid te stellen. Hij zou dit anders zeer zeker gedaan hebben.
3. Het is vaste rechtspraak dat het bestuursorgaan (in dit geval de officier van justitie) aannemelijk moet maken dat een beslissing of ander relevant document is verstuurd. Als dat aannemelijk is gemaakt, is het aan de geadresseerde om op een niet ongeloofwaardige manier te betwisten dat het document is ontvangen. Slaagt dat, dan is het aan de officier van justitie om aannemelijk te maken dat het document wel is ontvangen.
4. Uit het dossier blijkt dat de betrokkene in het beroepschrift aan de kantonrechter als adres heeft opgegeven: [a-straat 1] , [A] en dat de brief van de officier van justitie betreffende de zekerheidstelling van 26 maart 2019 is verzonden aan het adres: [a-straat 1R] , [A] . Deze brief is dus niet aan het opgegeven adres van de betrokkene verzonden. Het is het hof voorts ambtshalve bekend dat in de in deze zaak relevante periode de tweede zekerheidsbrief niet is verzonden. Gelet hierop kan de betrokkene niet worden toegerekend dat hij niet tijdig zekerheid heeft gesteld. Daarom kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank.
5.Na terugwijzing van de zaak moet de kantonrechter een nieuwe termijn bepalen waarbinnen de betrokkene alsnog zekerheid als bedoeld in artikel 11 van Pro de Wahv kan stellen. Dit moet de griffier van de rechtbank vervolgens aan de betrokkene mededelen.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.