Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.De slotsom
€ 466,-
€ 313,-
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze pensioenzaak stond centraal de uitleg van het pensioenreglement en de berekening van het ouderdomspensioen van appellant, die gedeeltelijk arbeidsongeschikt was. Het hof bevestigde dat appellant vóór de arbeidsongeschiktheid werkzaamheden verrichtte op schaal 7 en betaald werd volgens schaal 8. Ook na arbeidsongeschiktheid bleef hij 50% van de normale arbeidsduur werken en werd hij conform schaal 8 betaald.
Het pensioenfonds voerde aan dat de eerdere vaststelling onjuist was, maar het hof zag geen aanleiding om van het eerdere oordeel terug te komen. Het hof oordeelde dat het ouderdomspensioen voor het arbeidsgeschikte deel gebaseerd moet worden op 50% van het salaris van schaal 8. Het pensioenfonds had de berekeningen daarop aangepast, rekening houdend met een maximering bij een deeltijdpercentage van 50% en een arbeidsongeschiktheidspercentage van 60%, wat het hof niet onjuist vond.
Appellant ging per 1 april 2012 met VUT en verrichtte sindsdien geen arbeid meer. Het pensioenfonds stelde de arbeidsgeschiktheidsfactor op 40% op grond van de toepasselijke cao-bepalingen. Het hof wees de door appellant overgelegde globale berekeningen af en ging uit van de gedetailleerde berekeningen van het pensioenfonds.
Het hof veroordeelde het pensioenfonds het ouderdomspensioen opnieuw vast te stellen conform deze uitgangspunten, inclusief de toepasselijke indexaties en nabetaling van het verschil met reeds uitgekeerde pensioentermijnen, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof vernietigde de eerdere vonnissen en veroordeelde het pensioenfonds in de proceskosten.
Uitkomst: Het pensioenfonds moet het ouderdomspensioen opnieuw vaststellen en nabetalen met wettelijke rente, inclusief toekomstige indexaties.