ECLI:NL:GHARL:2019:10131

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 november 2019
Publicatiedatum
26 november 2019
Zaaknummer
Wahv 200.236.678/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WahvArt. 59 RVV 1990Art. 149 Wegenverkeerswet 1994Art. 88 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor niet dragen autogordel met ontheffing

De betrokkene werd gesanctioneerd wegens het niet dragen van een autogordel tijdens het rijden op 13 april 2017 in Ittervoort. Hij voerde in hoger beroep aan dat hij een ontheffing van de draagplicht had, verleend aan medewerkers van DHL Parcel, en dat hij zich aan de voorwaarden hield, waaronder een maximale snelheid van 20 km/u.

De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard, maar het hof stelde vast dat de betrokkene niet verplicht was de ontheffing direct bij staandehouding te tonen, aangezien de verbalisant hier niet om had gevraagd. Verder was niet overtuigend vastgesteld dat de betrokkene harder dan 20 km/u reed.

Het hof concludeerde dat de sanctie niet billijk was gegeven de omstandigheden en vernietigde de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking. Het door de betrokkene gestorte bedrag moest worden gerestitueerd.

Uitkomst: Het hof vernietigt de sanctiebeschikking en verklaart het beroep gegrond omdat betrokkene een geldige ontheffing had en aan de voorwaarden voldeed.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.236.678/01
CJIB-nummer
: 206624910
Uitspraak d.d.
: 26 november 2019
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 8 februari 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: "als bestuurder of passagier geen gebruik maken van een autogordel". Deze gedraging zou zijn verricht op 13 april 2017 om 13.46 uur op de Brigittastraat in Ittervoort met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
2. De betrokkene betwist in hoger beroep niet dat hij zijn autogordel niet droeg toen hij op de Brigittastraat reed. Dit was echter toegestaan, omdat hij beschikte over een ontheffing van de draagplicht van de autogordel. De betrokkene heeft er tijdens de staandehouding niet aan gedacht om de ontheffing ter sprake te brengen, omdat hij zich enigszins overrompeld voelde door de houding van de verbalisant jegens hem. Bovendien staat in het besluit dat wanneer de ontheffing wordt gebruikt, men desgevraagd een kopie moet kunnen tonen. Er is niet gevraagd om een kopie te tonen. De betrokkene stelt dat het nadien overhandigen van de ontheffing niet afdoet aan de geldigheid hiervan. Voorts voert de betrokkene aan dat hij op het moment van de waarneming van de verbalisant niet harder reed dan 20 kilometer per uur. De betrokkene heeft toegelicht dat hij remde voor de verbalisanten die op dat moment van rechts kwamen. De betrokkene constateerde dat hij voorrang had en is vervolgens rechtsaf geslagen en de Leliestraat ingereden.
3. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging niet ontkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Het enkele gegeven dat de gedraging is verricht, betekent op zichzelf echter niet dat een sanctie moet worden opgelegd. Uit artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv volgt dat geen sanctie mag worden opgelegd indien dat, gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht, niet billijk is.
4. De gedraging betreft een overtreding van artikel 59, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Die bepaling houdt - voor zover hier van belang - in:
"Bestuurders van een personenauto, een bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel en hun passagiers maken gebruik van de voor hen beschikbare autogordel."
5. Ingevolge artikel 149, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) in
verbinding met artikel 88 RVV Pro 1990, kan door de Minister van Verkeer en Waterstaat ontheffing worden verleend van het gebruik van autogordels.
6. Het dossier bevat een aanvullend proces-verbaal van 12 oktober 2017, waarin de ambtenaar onder meer het volgende verklaart:
"Op donderdag 13 april 2017, te 13:46 uur, reed ik op de Leliestraat te Ittervoort, komende uit de richting van de Platanenstraat, rijdende in de richting van de Rozenstraat te Ittervoort. Op dat moment zag ik dat een vrachtauto op de Brigittastraat te Ittervoort reed en rechtsaf de Leliestraat op reed. Ik zag dat de vrachtauto, voorzien van het Nederlands kenteken [00-YYY-0] , mij tegemoet reed. Ik zag dat de bestuurder van de vrachtauto geen autogordel gebruikte terwijl hij de vrachtauto bestuurde.
Naar aanleiding van het voornoemde keerde ik op de weg en reed achter de vrachtauto aan. Ik reed vervolgens achter de vrachtauto aan en was op zoek naar een parkeergelegenheid om aan de bestuurder van de vrachtauto een stopteken te geven. Eenmaal op de Platanenstraat te Ittervoort zag ik dat de vrachtauto op een parkeerplaats stopte. (…) Ik vroeg aan de betrokkene waarom hij de autogordel niet gebruikte. Ik hoorde dat de man het volgende tegen mij zei: "Daar heb ik geen verklaring voor" of woorden van gelijke strekking. Ik heb de betrokkene genoeg mogelijkheden aangeboden om kenbaar te maken dat hij belast was met het ophalen en bezorgen van bestellingen in Nederland en dat hij in het bezit was van een ontheffing van de draagplicht. De betrokkene heeft zich echter niet gehouden aan de gestelde eisen:
- Er werd niet kenbaar gemaakt dat de betrokkene gebruik maakte van een ontheffing van de draagplicht;
- Er werd harder gereden dan 20 kilometer per uur;
- Aan mij werd geen kopie van de ontheffing ter inzage afgegeven."
7. In het dossier bevindt zich een kopie van het "Besluit verlenen ontheffing draagplicht autogordel", dat door de betrokkene in de schriftelijke procedure is ingebracht. In dit besluit is - zakelijk weergegeven - aan de medewerkers van DHL Parcel (Netherlands) B.V., voor zover belast met het ophalen en bezorgen van bestellingen in heel Nederland, tot 6 mei 2020 een ontheffing verleend van de draagplicht van de autogordel zoals omschreven in artikel 59 RVV Pro 1990, onder de volgende voorschriften:
- van de ontheffing mag uitsluitend gebruik worden gemaakt wanneer met een snelheid van maximaal 20 kilometer per uur gereden wordt tussen plaatsen die voor een kort tijdsbestek worden aangedaan en die op een afstand van maximaal 100 meter van elkaar zijn gelegen;
- wanneer de ontheffing gebruikt wordt, moet men een kopie van de ontheffing bij zich dragen, zodat deze ter inzage kan worden gegeven aan een politieambtenaar als deze daar om vraagt.
8. Het hof is van oordeel dat de omstandigheid dat de betrokkene niet direct bij de staandehouding, maar eerst in de schriftelijke procedure voor het eerst naar voren heeft gebracht dat er sprake is van een ontheffing, niet meebrengt dat hij zich daarop niet kan beroepen. In de onderhavige ontheffing is niet als voorwaarde opgenomen dat uit eigen beweging bij een staandehouding de ontheffing getoond
moetworden. Niet is gebleken dat de ambtenaar bij de staandehouding aan betrokkene gevraagd heeft om de ontheffing te tonen.
9. Naar het oordeel van het hof heeft de betrokkene aannemelijk gemaakt dat hij op het moment van de gedraging voldeed aan de voorschriften waaronder de ontheffing is verleend, in het bijzonder dat hij niet reed met een hogere snelheid dan 20 kilometer per uur. Op het moment dat de ambtenaar constateerde dat de betrokkene de autogordel niet droeg, was de betrokkene, nadat hij had geremd, bezig met rechts af te slaan. Weliswaar heeft de ambtenaar verklaard dat de betrokkene harder reed dan 20 kilometer per uur, maar uit die verklaring blijkt niet op welk moment en op welke wijze dit is vastgesteld. Het betreft slechts een conclusie.
10. Gelet hierop gold voor de betrokkene niet de verplichting om een autogordel te dragen, zodat de oplegging van de sanctie, gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht, niet billijk is.
11. Gelet op het hiervoor overwogene zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie evenals de inleidende beschikking vernietigen. Het tot zekerheid gestelde bedrag moet worden gerestitueerd.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 206624910 de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.