Uitspraak
(hierna te noemen: [A] ),
(hierna te noemen: betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaarde wegens het ontbreken van een machtiging. De betrokkene was geconfronteerd met een administratieve sanctie van € 90,- voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring op 28 mei 2015.
De advocaat van de betrokkene voerde aan dat hij niet in de gelegenheid was gesteld het ontbreken van een machtiging te herstellen. Het hof constateerde dat de officier van justitie een brief had gestuurd om het verzuim te herstellen, maar dat niet kon worden vastgesteld of deze brief daadwerkelijk was verzonden. Hierdoor was de betrokkene niet in de gelegenheid gesteld alsnog een machtiging te overleggen.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte de beslissing van de officier van justitie in stand had gelaten en vernietigde deze. Tevens werd het beroep gegrond verklaard en de administratieve sanctie vernietigd. Omdat het beroepschrift tegen de inleidende beschikking ontbrak en niet te achterhalen was, kon het hof niet beoordelen of bezwaren tegen de beschikking bestonden en vernietigde daarom ook de inleidende beschikking. Het tot zekerheid gestelde bedrag werd gerestitueerd.
Tot slot veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, vastgesteld op € 751,50. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken ter openbare zitting.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en verklaart het beroep gegrond wegens het ontbreken van een geldige machtiging en vernietigt de administratieve sanctie.