De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor bezit van kinderporno, maar sprak hoger beroep in. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde het vonnis en deed opnieuw recht. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof deels en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het bezit van kinderporno en de strafoplegging.
In het hoger beroep stelde de verdediging dat verdachte mogelijk gegevensdragers met kinderpornografisch materiaal van de politie had teruggekregen uit een eerdere zaak, waardoor hij zich niet bewust was van de aanwezigheid van de afbeeldingen op zijn laptop. Het hof vond dat dit scenario niet kon worden weerlegd met het dossier en dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat verdachte wetenschap had van het materiaal.
Hoewel vijf kinderpornografische afbeeldingen op de laptop werden gevonden, was dit onvoldoende om het vereiste opzet te bewijzen. Het hof sprak verdachte vrij van het bezit van kinderporno. Voor het subsidiaire feit legde het hof een gevangenisstraf van 31 dagen, waarvan 20 voorwaardelijk, op met een proeftijd van twee jaar.
De uitspraak benadrukt het belang van het bewijs van wetenschap bij het strafbaar bezit van kinderporno en dat een geringe hoeveelheid afbeeldingen niet automatisch leidt tot bewezenverklaring zonder duidelijke aanwijzingen van bewustheid.