ECLI:NL:GHARL:2018:8847

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 september 2018
Publicatiedatum
9 oktober 2018
Zaaknummer
21-006527-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling bedrijfsleider voor omkoping en verzwegen giften bij toezicht taakstraffen

In deze strafzaak stond een bedrijfsleider van een kringloopwinkel terecht die belast was met het toezicht op de uitoefening van taakstraffen in samenwerking met Reclassering Nederland. Hij werd beschuldigd van het aannemen van geldbedragen en het bedrieglijk melden van aanwezigheid van taakgestraften.

Het hof heeft vastgesteld dat verdachte in de periode van 10 januari 2017 tot en met 14 april 2017 geldbedragen heeft ontvangen en aangenomen, terwijl hij dit verzweeg tegenover zijn werkgever. Daarnaast maakte hij valselijk melding van de aanwezigheid van taakgestraffers en vulde hij taakstrafformulieren onjuist in.

De rechtbank Midden-Nederland had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk. Het hof vernietigde dit vonnis en legde een nieuwe straf op: een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 60 uren.

Het hof achtte het bewezenverklaarde strafbaar en vond geen omstandigheden die strafuitsluiting rechtvaardigden. De strafoplegging werd gemotiveerd en in overeenstemming bevonden met de ernst van het delict en de persoon van verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 60 uren wegens omkoping.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-006527-17
Uitspraak d.d.: 24 september 2018
TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 27 november 2017 met parketnummer 16-218881-17 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 24 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. T.H. Kapinga, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingslocatie Lelystad, van 27 november 2017 ter zake van - kortgezegd - omkoping veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 januari 2017 tot en met 14 april 2017 te [plaats] , althans in Nederland, anders dan als ambtenaar, werkzaam in dienstbetrekking en/of optredend als lasthebber, te weten als bedrijfsleider bij de [bedrijf] en/of belast met toezicht op de uitoefening van taakstraffen in samenwerking met Reclassering Nederland, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn dienstbetrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zou doen of nalaten, (telkens) een gift, belofte en/of dienst, heeft gevraagd en/of aangenomen, terwijl hij verdachte dit aannemen en/of vragen in strijd met de goede trouw heeft verzwegen tegenover zijn werkgever en/of lastgever immers heeft hij, verdachte:
- een of meer geldbedrag(en) van [betrokkene] ontvangen en/of aangenomen en/of
- zou hij, verdachte, bedrieglijk en/of valselijk melding maken van de aanwezigheid van
[betrokkene] op het werkstrafproject en/of
- zou hij, verdachte, de taakstrafformulieren/urenspecificaties van die [betrokkene] in vullen.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 10 januari 2017 tot en met 14 april 2017 te [plaats] , anders dan als ambtenaar, werkzaam in dienstbetrekking en optredend als lasthebber, te weten als bedrijfsleider bij de [bedrijf] en belast met toezicht op de uitoefening van taakstraffen in samenwerking met Reclassering Nederland, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn dienstbetrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan dan wel zou doen, een gift heeft gevraagd en aangenomen, terwijl hij verdachte dit aannemen en vragen in strijd met de goede trouw heeft verzwegen tegenover zijn werkgever en lastgever immers heeft hij, verdachte:
- een of meer geldbedrag(en) van [betrokkene] ontvangen en aangenomen en
- zou hij, verdachte, bedrieglijk en/of valselijk melding maken van de aanwezigheid van [betrokkene] op het werkstrafproject en
- zou hij, verdachte, de taakstrafformulieren/urenspecificaties van die [betrokkene] in vullen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
het, anders dan als ambtenaar, optredend als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen hij bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan dan wel zal doen, aannemen van een gift en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn lastgever.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van verdachte en zijn raadsman, mr. T.H. Kapinga. De strafoplegging is toen mondeling gemotiveerd. Deze motivering wordt opgenomen in het proces-verbaal van die zitting en dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. De aldus gemotiveerde strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 328ter van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door
mr. L.J. Bosch, voorzitter,
mr. E.M.J. Brink en mr. J.S. van Duurling, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J. Brink, griffier,
en op 24 september 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. J.S. van Duurling is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.