ECLI:NL:GHARL:2018:873
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming tot erkenning van minderjarige door vader
De zaak betreft het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Overijssel die de vader vervangende toestemming gaf om de minderjarige te erkennen, ondanks dat de moeder geen toestemming gaf.
De rechtbank benoemde een bijzondere curator en liet een DNA-onderzoek uitvoeren, waaruit bleek dat de vader de biologische vader is. De moeder betwistte de erkenning met het argument dat dit haar en het kind zou schaden, onderbouwd met een verklaring van haar psycholoog.
Het hof oordeelt dat de moeder onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die een weigering van de erkenning rechtvaardigen. De psycholoog van de moeder baseerde haar verklaring op het verhaal van de moeder en niet op een onafhankelijke beoordeling. De vader vertoonde weliswaar emotioneel buitenproportioneel gedrag, maar dit werd niet als pathologisch beoordeeld.
Het hof benadrukt dat erkenning uitsluitend de juridische afstamming vastlegt en geen oordeel geeft over omgangsregelingen. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en de vervangende toestemming tot erkenning wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vervangende toestemming voor erkenning van de minderjarige door de vader.