ECLI:NL:GHARL:2018:8655
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bijdrage aan hennepkwekerij
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens betrokkenheid bij een hennepkwekerij in Lobith. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd omdat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat de verdachte een significante bijdrage had geleverd aan het opzetten en in stand houden van de hennepkwekerij.
Het hof heeft het onderzoek verricht op terechtzittingen in maart 2017 en september 2018 en heeft de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging in overweging genomen. De tenlastelegging betrof het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken of aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten in een pand te Lobith gedurende de periode van januari 2008 tot maart 2013.
Na zorgvuldige beoordeling oordeelde het hof dat niet zonder twijfel kon worden vastgesteld wat de precieze bijdrage van de verdachte was, en dat deze niet als medepleger kon worden aangemerkt. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen en deed het opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bijdrage aan hennepkwekerij.