Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Midden-Nederland die het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet stellen van zekerheid voor betaling van een administratieve sanctie en administratiekosten. Betrokkene werd correct en tijdig in het Duits geïnformeerd over deze verplichting.
De gemachtigde voerde aan dat de motivering van de beslissing van de officier van justitie niet in begrijpelijke taal was gesteld, waardoor zekerheidstelling niet geëist kon worden. Het hof oordeelde dat de verplichting tot zekerheidstelling losstaat van de vraag of een vertaling is verstrekt en dat dit niet in strijd is met het EVRM. De betrokkene was op juiste wijze geïnformeerd met brieven voorzien van Duitse vertaling.
Omdat betrokkene niet binnen de gestelde termijn zekerheid had gesteld en dit verzuim niet had hersteld, was het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en kon niet inhoudelijk ingaan op de bezwaren tegen de sanctie.