Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, gehuwd onder Marokkaans recht en met dubbele nationaliteit, zijn gescheiden. De vrouw vordert in hoger beroep een hoger vergoedingsrecht voor de in Marokko verkochte woning die aan de man toebehoorde. De rechtbank had vastgesteld dat de vrouw recht heeft op een vergoeding ter grootte van de tegenwaarde van 41.666 dirham.
De vrouw betwistte dat de man een lening van 250.000 dirham van zijn oom had afgesloten voor de aankoop van de woning en stelde dat de woning volledig uit gezamenlijk spaargeld was gefinancierd. Het hof oordeelde dat de man voldoende bewijs had geleverd met een schriftelijke verklaring van zijn oom en zijn eigen getuigenverklaring, waardoor het bestaan van de lening aannemelijk is.
Verder stelde de vrouw dat de woning voor 750.000 dirham was verkocht en dat zij recht had op 50% van deze hogere verkoopopbrengst. Het hof vond dat de vrouw dit niet voldoende had onderbouwd en achtte de verkoopprijs van 600.000 dirham aannemelijk. Ook het vergoedingspercentage van 50% werd gehandhaafd, mede omdat de man geen incidenteel hoger beroep had ingesteld tegen dit percentage.
Het hof bekrachtigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat de vrouw een vergoedingsrecht heeft ter grootte van €41.666,-. De grieven van de vrouw faalden, en de bestreden beschikking werd bevestigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vergoedingsrecht van de vrouw van €41.666,- voor de in Marokko verkochte woning.