Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene kreeg een boete van €90 wegens het parkeren van een motorvoertuig met vier wielen op het trottoir, wat in strijd is met artikel 10, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De betrokkene ging in hoger beroep tegen deze sanctie met drie gronden: het ontbreken van duidelijkheid over de overtreding, een vermeend gedoogbeleid voor stoepparkeren, en strijd met het ne bis in idem-beginsel.
Het hof constateerde dat de kantonrechter onvoldoende had gemotiveerd waarom het beroep werd afgewezen, met name ten aanzien van het precisie-, eenduidigheids- en voorspelbaarheidsvereiste van artikel 1 van Pro het eerste protocol EVRM. Daarom werd het vonnis van de kantonrechter vernietigd. Desondanks oordeelde het hof dat de overtreding vaststond, mede op basis van een foto van de verbalisant waarop het voertuig met vier wielen op het trottoir stond.
Het hof verwierp het verweer dat er sprake was van een gedoogbeleid, omdat de aangevoerde foto's en argumenten onvoldoende aannemelijk maakten dat parkeren met vier wielen op het trottoir was toegestaan. Ook het beroep op het ne bis in idem-beginsel faalde wegens gebrek aan onderbouwing. De stelling van uitlokking door de gemeente werd eveneens verworpen. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af vanwege het ontbreken van bewijs van gemaakte kosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €90 voor het parkeren met vier wielen op het trottoir wordt bevestigd.