ECLI:NL:GHARL:2018:8010
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevel tot gevangenneming adolescent wegens poging tot doodslag na verstrijken voorlopige hechtenis
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 31 augustus 2018 beslist op de vordering van de advocaat-generaal tot het geven van een bevel tot gevangenneming van een verdachte geboren in 1998, die verblijft in een jeugdinrichting. De verdachte was eerder door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot achttien maanden jeugddetentie, waarvan vier maanden voorwaardelijk, wegens poging tot doodslag. Na het verstrijken van de voorlopige hechtenis op 29 juli 2018 en een verlenging tot 28 augustus 2018, werd op 31 augustus 2018 de gevangenneming gevorderd.
De raadsman van de verdachte voerde primair niet-ontvankelijkheid aan, omdat de maximale jeugddetentie twee jaar bedraagt en volgens hem niet aan de vereisten van artikel 66a Wetboek van Strafvordering kon worden voldaan. Het hof oordeelde echter dat het gaat om de straf die op het feit is gesteld en niet om de maximale straf die kan worden opgelegd, waardoor de advocaat-generaal ontvankelijk is. Tevens verwierp het hof het subsidiaire verweer dat de verdediging mocht verwachten dat de verdachte in vrijheid zou worden gesteld.
Het hof stelde vast dat de voorwaarden voor voorlopige hechtenis nog steeds aanwezig zijn en dat de gevangenneming voor de duur van 60 dagen kan worden bevolen. De voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in de jeugdinrichting of een andere wettige plaats van detentie in Nederland. Hiermee werd de gevangenneming van de verdachte bevestigd.
Uitkomst: Het gerechtshof beveelt de gevangenneming van de verdachte voor de duur van 60 dagen.