ECLI:NL:GHARL:2018:7965
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijk onredelijk ontslag bij bedrijfsbeëindiging automobielbedrijf
Appellant was jarenlang in dienst bij geïntimeerde, een automobielbedrijf dat haar Ford-dealerovereenkomst verloor en haar bedrijfsactiviteiten moest beëindigen. Geïntimeerde vroeg en kreeg ontslagvergunning van het UWV wegens bedrijfseconomische redenen. Appellant vorderde in eerste aanleg en hoger beroep dat het ontslag kennelijk onredelijk was en eiste een schadevergoeding.
Het hof overwoog dat appellant onvoldoende feiten had gesteld om te bewijzen dat geïntimeerde onvoldoende herplaatsingsinspanningen had verricht. Het aangeboden outplacementtraject werd geweigerd door appellant. Bovendien had appellant na het ontslag snel nieuw werk gevonden, zodat zijn positie op de arbeidsmarkt niet zwak was.
Het hof oordeelde dat de bedrijfseconomische noodzaak tot ontslag voldoende was onderbouwd door de beëindiging van de dealerovereenkomst en de slechte financiële resultaten. De gevolgen van het ontslag voor appellant waren niet te ernstig in verhouding tot het belang van geïntimeerde. Het ontslag was niet in strijd met goed werkgeverschap. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens bedrijfsbeëindiging is niet kennelijk onredelijk en zijn vorderingen worden afgewezen.