Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 14 november 2017;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep met producties;
- de journaalberichten van mr. Spermon-Ploegmakers van 4 januari 2018 en van 11 januari 2018, beide met producties;
- het verweerschrift tegen incidenteel hoger beroep, tevens aanvullend beroepschrift;
- het journaalbericht van mr. Spermon-Ploegmakers van 1 mei 2018 met producties;
- het journaalbericht van mr. Weitkamp van 3 mei 2018 met producties.
3.De feiten
- [kind 1] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , en
- [kind 2] (verder: [kind 2] ), geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
- tot 5 mei 2018 een WIA uitkering van € 12.700,- bruto per jaar (productie 7 van de man in eerste aanleg; overgelegd als productie 1 van de man van het procesdossier eerste aanleg);
- vanaf 5 mei 2018: een pensioen van € 895,- bruto per maand (productie 11 van de man) en een (door het hof ambtshalve berekende) AOW uitkering van € 1.181,36 bruto per maand, te vermeerderen met een bedrag van € 70,40 per maand aan vakantiegeld;
- de aanspraak van de man op een zelfstandigenaftrek, de MKB winstvrijstelling, de arbeidskorting en de algemene heffingskorting en daarnaast vanaf 2018 de aanspraak van de man op de ouderenkorting en de alleenstaande ouderenkorting;
- tot 5 mei 2018 de bijstandsnorm voor een alleenstaande met een draagkrachtpercentage van 60 voor partneralimentatie en vanaf 5 mei 2018 de bijstandsnorm voor een alleenstaande AOW’er met een draagkrachtpercentage van 60 voor partneralimentatie;
- een premie ziektekostenverzekering van € 157,- per maand, een verplicht eigen risico van € 31,- per maand en de toepasselijke zorgtoeslag;
- een (fiscaal aftrekbare) premie arbeidsongeschiktheidsverzekering van € 248,40 per jaar.
- de in aanmerking te nemen omvang van de winst uit onderneming van de man;
- de inkomsten uit [naam bedrijf] B.V.;
- de lijfrente van de man;
- de – niet vergoede – ziektekosten van de man;
- de kosten voor levensonderhoud en studie van [kind 2] ;
- de lening wegens betaling van achterstallige partneralimentatie en
- de woonlasten van de man.
- tot en met 31 december 2017: € 31,- per maand;
- van 1 januari 2018 tot en met 4 mei 2018: € 136,- per maand;
- vanaf 5 mei 2018: € 728,- per maand.