In deze zaak stond centraal of een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) bevoegd was om een administratieve sanctie op te leggen voor het gebruik van een weg in strijd met een geslotenverklaring. De gedraging vond plaats op 26 oktober 2013 op de Veenendaalseweg te De Klomp.
De betrokkene voerde aan dat de BOA niet bevoegd was om de sanctie op te leggen omdat het optreden geen relatie had met de openbare orde. Het hof onderzocht de toepasselijkheid van de Circulaire Buitengewoon Opsporingsambtenaar die destijds van kracht was en concludeerde dat de interpretatie van het begrip 'openbare orde' zoals gegeven in een brief van het College van Procureurs-Generaal uit 2011 niet richtinggevend was in deze zaak.
Het verkeersbesluit waarop de geslotenverklaring was gebaseerd, had als grondslag het verbeteren van de leefbaarheid en niet de openbare orde. Het hof stelde vast dat het optreden van de BOA geen verband hield met de openbare orde en dat de BOA daardoor niet bevoegd was de sanctie op te leggen.
Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de opgelegde sanctie. De overige klachten van de betrokkene behoefden geen bespreking meer. Tevens werd bepaald dat de zekerheid die door de betrokkene was gesteld, door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.