ECLI:NL:GHARL:2018:742
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betaling energieverbruik en bijzondere proceskostenveroordeling tussen Hoist en bewoner
Hoist Kredit AB vordert betaling van openstaande energiekosten van [geïntimeerde], die de woning sinds oktober 2011 bewoont. Essent leverde energie aan de vader van [geïntimeerde], waarna het contract overging op Hoist. Er ontstond discussie over de beginstand van de gasmeter en de periode waarvoor [geïntimeerde] aansprakelijk is.
De rechtbank wees de vordering af, omdat zij oordeelde dat [geïntimeerde] niet aansprakelijk was voor het verbruik vóór 30 november 2011 en Hoist onvoldoende bewijs had geleverd voor het resterende verbruik. Hoist ging in hoger beroep en stelde dat de overeenkomst vanaf 1 november 2011 geldt en dat de beginstand in de jaarafrekening correct was.
Het hof stelde vast dat [geïntimeerde] vanaf 1 november 2011 contractant was en dat het verbruik in november 2011 geschat moest worden. Het hof corrigeerde de beginstand dienovereenkomstig en kende een deel van de vordering toe, inclusief onbetaalde voorschotten, correcties en incassokosten. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd vanwege een onvolledig dossier van Hoist. Het hoger beroep werd deels toegewezen en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van € 3.836,99 met rente en compenseert de proceskosten tussen partijen.