Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader verzocht het hof om herroeping van een eerdere beschikking waarin de moeder belast werd met het gezag over hun gezamenlijke kind en Nidos met de voogdij. Hij stelde dat de moeder na de echtscheiding opnieuw was getrouwd en daarmee bedrog had gepleegd door dit te ontkennen, onderbouwd met Soedanese aktes.
De moeder betwistte de echtheid van de aktes en stelde dat de vader zijn verzoek niet tijdig had ingediend. Het hof oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend, omdat de vader pas na oktober 2017 kennis had genomen van de aktes. Echter, het hof vond de aktes onvoldoende betrouwbaar zonder aanvullend bewijs zoals getuigenverklaringen of foto’s.
Daarnaast stelde het hof dat zelfs als de aktes geldig waren, het bedrog pas na de uitspraak ontdekt had moeten worden om tot herroeping te leiden. De vader had immers al in eerste aanleg de stelling over het hertrouwen van de moeder ingenomen en had eerder onderzoek kunnen doen.
Het hof wees daarom het verzoek tot herroeping af en compenseerde de proceskosten tussen partijen. De moeder blijft belast met het gezag en Nidos met de voogdij over het kind.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot herroeping af wegens onvoldoende bewijs van bedrog en te late ontdekking.