Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 1999 in Turkije gehuwd en in 2017 gescheiden. De vrouw heeft de Nederlandse en Turkse nationaliteit, de man oorspronkelijk alleen de Turkse, later ook de Nederlandse. Het geschil betreft het eenhoofdig gezag over hun twee kinderen en de afgifte van de bruidsschat, bestaande uit gouden sieraden en munten die tijdens de huwelijksceremonie aan de vrouw zijn geschonken.
De rechtbank wees het verzoek van de man tot eenhoofdig gezag af en bepaalde dat de man de bruidsschat aan de vrouw moest afgeven. Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat het Turkse huwelijksvermogensrecht van toepassing is op de bruidsschat. De man ontkent het bezit van de sieraden en munten, en de vrouw heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de man deze nog in bezit heeft. Daarom vernietigt het hof de beschikking over de bruidsschat en wijst het verzoek van de vrouw af.
Ten aanzien van het gezag over de kinderen is het hof van oordeel dat onvoldoende informatie beschikbaar is om te beslissen. De moeder kampt met psychische problemen, maar stelt stabiel te zijn. De raad voor de kinderbescherming wordt verzocht een kort onderzoek te doen naar het functioneren van de moeder en haar beslisbekwaamheid. De zaak wordt aangehouden tot ontvangst van het rapport, waarna de behandeling wordt voortgezet.
Uitkomst: De beschikking over de bruidsschat wordt vernietigd en het verzoek afgewezen; de beslissing over het gezag wordt aangehouden voor nader onderzoek.