Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2018:7288

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 augustus 2018
Publicatiedatum
14 augustus 2018
Zaaknummer
WAHV 200.200.503
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RVV 1990Art. 1 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor gebruik busstrook ondanks bezwaar over markering

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van betrokkene tegen een boete van €140,- wegens het gebruik van een busstrook aangeduid met het woord 'lijnbus'. Betrokkene erkende de gedraging maar voerde aan dat de markering onvoldoende kenbaar was, omdat het woord 'lijnbus' niet na elke zijweg werd herhaald en de aanduiding niet correct was weergegeven.

Het hof oordeelde dat het woord 'lijnbus', ook wanneer het gesplitst onder elkaar staat, voldoende duidelijk is en dat het niet herhalen van het woord na elke zijweg niet verplicht is volgens de regelgeving. De uiterlijke kenmerken van de busstrook, zoals doorgetrokken strepen en verhoogde rijbaanscheidingen, maakten de busstrook voldoende kenbaar.

Gezien de erkenning van de gedraging en het ontbreken van verwarring of onduidelijkheid ter plaatse, zag het hof geen reden om de sanctie te matigen of achterwege te laten. De beslissing van de kantonrechter om het beroep ongegrond te verklaren werd dan ook bevestigd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €140,- voor het gebruik van de busstrook.

Uitspraak

WAHV 200.200.503
13 augustus 2018
CJIB 186886309
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam
van 26 juli 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 140,- opgelegd ter zake van “als weggebruiker gebruik maken van busbaan of -strook aangeduid met: lijnbus”, welke gedraging zou zijn verricht op 28 november 2014 om 16.26 uur op de Van Baerlestraat te Amsterdam met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De betrokkene ontkent niet de gedraging te hebben verricht, maar stelt dat onvoldoende kenbaar is gemaakt welk deel van de rijbaan alleen voor de bus en tram is bestemd. De betrokkene voert hiertoe aan dat het woord 'lijnbus' niet correct is aangegeven en dat dit niet is herhaald na elke zijweg.
3. De sanctie is opgelegd voor een vermeende overtreding van artikel 81 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Voor zover in dit geval van belang luidt deze bepaling als volgt:
“Busbanen en busstroken waarop het woord «LIJNBUS» is aangebracht mogen slechts worden gebruikt door bestuurders van een lijnbus of een tram.”
4. In artikel 1 van Pro het RVV 1990 zijn de termen busbaan, busstrook en rijbaan als volgt gedefinieerd:
- busbaan: rijbaan waarop het woord «BUS» of «LIJNBUS» is aangebracht
- busstrook: door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop het woord «BUS» of «LIJNBUS» is aangebracht
5. De verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht houdt kort gezegd in dat de betrokkene de busstrook gebruikte.
6. Voor zover de betrokkene meent dat de betreffende busstrook niet rechtsgeldig is aangeduid omdat het woord 'lijnbus' niet aaneen op het wegdek staat weergegeven, maar de woorden 'lijn' en 'bus' onder elkaar staan, overweegt het hof dat deze schrijfwijze niet meebrengt dat daaraan geen rechtskracht kan worden toegekend. Het is voldoende duidelijk dat daarmee 'lijnbus' wordt bedoeld.
7. Het hof vat het bezwaar dat het woord 'lijnbus' niet is herhaald na elke zijweg in die zin op dat daardoor aan de strook waar de betrokkene reed, geen werking van busstrook meer kan worden toegekend. Dat na elke zijweg het woord 'lijnbus' dient te worden herhaald, is geen vereiste dat volgt uit de regelgeving. In de toelichting op de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens is weliswaar bepaald dat de werking van bebording is beperkt tot het wegvak waarlangs het is geplaatst, maar dit is niet overeenkomstig toegepast ten aanzien van verkeerstekens op het wegdek. Het hof ziet geen aanleiding dit naar analogie toe te passen ten aanzien van onderhavige gedraging. Immers, anders dan bij bebording, kan een busbaan of busstrook ook op andere wijze kenbaar zijn voor de weggebruiker dan middels het woord 'lijnbus'.
8. Gelet op de verklaring van de verbalisant en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging erkent, staat vast dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof, gelet op het gevoerde verweer, te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
9. Van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat hij of zij oplettend is op de aanwezige verkeerstekens. Mede in aanmerking genomen de door de betrokkene ingebrachte foto's, is niet gebleken dat de situatie ter plaatse zo onduidelijk of verwarrend was dat de betrokkene in redelijkheid geen verwijt zou kunnen worden gemaakt van deze gedraging. Uit de foto's blijkt dat de busstrook met de tramrails duidelijk van de rijbanen voor de overige weggebruikers is afgescheiden. Hiertoe zijn onder meer doorgetrokken strepen op het wegdek aangebracht dan wel een verhoogde rijbaanscheiding, die slechts ter hoogte van kruisingen kort onderbroken zijn. Gelet op deze uiterlijke kenmerken was voldoende kenbaar dat dit een busstrook betrof. Voor het matigen of achterwege laten van de sanctie bestaat dan ook geen aanleiding.
10. De kantonrechter heeft het beroep gelet op het voorgaande terecht ongegrond verklaard. Deze beslissing wordt dan ook bevestigd.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Stoop als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.